Praktijkprobleem
Gesprekken over gezondheid met kinderen zijn vaak eenrichtingsverkeer: volwassenen praten, kinderen luisteren. Het gedachtegoed van Positieve Gezondheid nodigt juist uit tot gelijkwaardige gesprekken waarin veerkracht, betekenis en eigen regie centraal staan. Zulke gesprekken helpen kinderen zich bewust te worden van hun gevoelens, mogelijkheden en invloed op hun gezondheid en welzijn. Maar voor professionals is het lastig deze brede thema’s begrijpelijk te maken voor kinderen van 8 tot 12 jaar, die vooral concreet denken. Abstracte begrippen als zingeving of kwaliteit van leven liggen buiten hun belevingswereld, waardoor gesprekken vaak gaan over eten, bewegen en slapen. Associatiekaarten zijn een praktisch hulpmiddel om met kinderen en ouders te verkennen wat zij nodig hebben om zich goed te voelen. Dit onderzoek ging na hoe de kaarten gesprekken over Positieve Gezondheid kunnen verdiepen.
Methode
Dit kwalitatieve, praktijkgerichte onderzoek omvatte semigestructureerde interviews met 10 kinderen (8–12 jaar) en 8 ouders of verzorgers (n = 18) in ouder-kindduo’s. De duo’s verschilden in gezinsstructuur, zodat uiteenlopende gezinssituaties en dynamieken werden meegenomen. De interviews werden afgenomen in de thuissituatie.
Tijdens de gesprekken zijn associatiekaarten gebruikt, ontwikkeld met en voor kinderen binnen de onderzoekslijn Positieve Gezondheid/Preventie binnen Verpleegkundige Zorg van Avans Hogeschool. De kaarten verbeelden de zes dimensies van Positieve Gezondheid: lichamelijke functies, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Ze hielpen kinderen hun ervaringen en gevoelens te verwoorden en stimuleerden het gesprek.
De gesprekken werden opgenomen, getranscribeerd en geanalyseerd met een frameworkanalyse om terugkerende thema’s en patronen te identificeren binnen de zes dimensies.
Resultaten
De associatiekaarten hielpen kinderen en ouders woorden te vinden voor wat zij belangrijk vinden voor hun gezondheid. Kinderen vertelden makkelijker over thema’s als buitenspelen, familie en dieren, wat leidde tot spontane gesprekken over vriendschap, geluk, rust en bewegen. Ouders kregen beter inzicht; kinderen richten zich vooral op familie, ouders op mentale en sociale aspecten. Dit zorgde voor nieuwe gesprekken en meer begrip.
Lichamelijke functies zoals zelfzorg, voeding en beweging werden belangrijk gevonden, waarbij er bewustzijn was van gevolgen van een ongezonde leefstijl. Mentaal welbevinden was soms moeilijk bespreekbaar, maar steun bij familie en vrienden is essentieel. Sommige kaarten sloegen minder aan bij jongere kinderen (8 tot 10 jaar) en het concept Positieve Gezondheid was niet altijd bekend, dus korte uitleg was nodig. Over het algemeen ervaarden deelnemers de kaarten als laagdrempelig, herkenbaar en verbindend, en nuttig voor professionals om met kinderen en ouders te verkennen wat nodig is voor hun gezondheid en welzijn.
Toepassing in de praktijk
Kinderen en ouders vonden de associatiekaarten prettig; die bleken een waardevol hulpmiddel om gesprekken over gezondheid te verdiepen. Ze geven kinderen een stem, versterken het contact tussen ouder en kind en bieden verpleegkundigen en andere professionals in de (jeugd)gezondheidszorg en het onderwijs een praktische manier om te verkennen wat kinderen nodig hebben om zich goed en gezond te voelen. Het wordt aanbevolen de kaarten op te nemen in bestaande gespreksinstrumenten, zoals de Kindtool van het Institute for Positive Health. Zo wordt Positieve Gezondheid in beeld gebracht.
Donna Laheij
Eigen foto
Leeftijd: 22 jaar
Is: student Verpleegkunde
Opleiding: Avans Hogeschool, Breda
