Nu wordt vaak gedacht dat alles wat we doen goed doordacht en onderbouwd is. Dat we handelen op basis van de laatste (wetenschappelijke) inzichten en dat er kennis is over de juiste inzet van technologieën. En dat efficiënte en effectieve kennisuitwisseling tussen domeinen, organisaties en professionals vanzelfsprekend is. Helaas, dat alles is niet het geval.
Nog steeds voeren we ‘Beter laten-handelingen’ uit, zetten we interventies in zonder verpleegkundige diagnoses en maken we te weinig gebruik van bewezen technologieën. Omdat we er onvoldoende van (willen?) weten, we elkaar onvoldoende aanspreken op ons professioneel handelen, werkgevers ons soms onvoldoende faciliteren of omdat we zelf te weinig leiderschap tonen om ons vak echt goed uit te voeren?
Recent onderzoek laat zien dat we onze dossiers lang niet altijd op orde hebben, verpleegkundige diagnostiek vaak ontbreekt of onvolledig is en dat er volop al dan niet gewenste praktijkvariatie is bij het indiceren van wijkverpleegkundige zorg. Dat is nogal wat. Daar gaan de in deze TvZ beschreven academische werkplaatsen geen einde aan maken. Maar ze gaan wel helpen om stappen te zetten bij het leren van elkaar en van anderen, en het beter gebruikmaken van expertise en technologie. En bij het beter benutten en inzetten van relevante kennis.
Hoe mooi is het dat (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden vanuit organisaties voor wijkverpleging, in deze werkplaatsen gaan samenwerken met docenten en studenten van hogescholen en mbo-instellingen, onderzoekers van hogescholen, umc’s en universiteiten en cliëntvertegenwoordigers! Om zo met elkaar in te spelen op regionale en lokale vraagstukken. Dat zijn belangrijke stappen waarvan niet alleen cliënten gaan profiteren, maar ook professionals.
Ik nodig de werkplaatsen hierbij dan ook graag uit om over een jaar of vier weer een TvZ-dossier te vullen – dan met de resultaten.


