Hans van Dartel schreef er al eerder over in zijn column ‘Woest aantrekkelijk’ (TvZ 4/2022). Hij benadrukt dat werken in de zorg alleen aantrekkelijk blijft als je kunt doen waarvoor je bent opgeleid. De spanning tussen professionele idealen en organisatorische beperkingen is een bron van stress. Recent onderzoek van UNO-UMCG in opdracht van het CCE (2023-2025) bevestigt dit. Morele stress ontstaat door onduidelijke verantwoordelijkheden, door krapte op de werkvloer, door systemen die signalen van teams onbeantwoord laten.
Vaak wordt er naar de zorgprofessional gekeken om dit op te lossen: ‘Ga maar op een cursus mindfulness’, of ‘leer beter met je tijd omgaan’. Dat is pleisters plakken op de verkeerde plek. Stress veroorzaakt door een systeem kun je niet ‘wegademen’. Te lang tegen je gevoel in werken leidt tot burn-out. Of vertrek uit het vak. Morele stress is geen teken van zwakte. Het is een teken dat er in de organisatie iets niet klopt. Morele stress is een alarmsignaal.
Maar laten we eerlijk zijn: ook managers zitten klem. Zelfde schaarste, zelfde bezuinigingen. Zij verdienen geen verwijt. Wél een appèl op hun verantwoordelijkheid. Daadkrachtig handelen is gewenst. En niet alleen met mooie woorden, maar met daden. Luister écht. Erken dat zorgprofessionals pijnlijke en soms onmogelijke keuzes moeten maken. Creëer structureel ruimte voor morele gesprekken. Zorg ervoor dat morele stress ombuigt naar morele veerkracht. Zorgprofessionals die daadwerkelijk ruimte en ondersteuning krijgen om te leren en zich te ontwikkelen om te handelen volgens (nieuwe) waarden en betrokken te zijn zonder opgebrand te raken.
En verpleegkundigen en verzorgenden? Stilzitten is geen optie. Benoem wat schuurt. Zoek medestanders. Maak duidelijk dat goede en professionele zorg soms strijdig is met verwachtingen van de organisatie – én dat daar last van hebben getuigt van professionele betrokkenheid om het goede te doen. Werk er ook zelf aan mee dat het vak – zoals Hans van Dartel het noemt – weer écht woest aantrekkelijk wordt.


