Integratieve verpleegkundige zorg – ook wel complementaire zorg genoemd – komt steeds vaker voor in de praktijk. Tegelijkertijd is er nog veel onduidelijkheid over begrippen, toepassing, onderbouwing en professionele verantwoordelijkheid. Verpleegkundigen krijgen hierover vragen van patiënten en naasten en zoeken zelf ook naar houvast. Met dit dossier willen wij bijdragen aan verduidelijking, professionalisering en toepasbaarheid. We laten zien hoe integratieve verpleegkunde zich verhoudt tot reguliere zorg: niet als vervanging, maar als aanvulling. Centraal staat hoe interventies kunnen bijdragen aan comfort, coping, zelfregie en kwaliteit van leven.
We bieden, via artikelen over terminologie, praktijktoepassingen, onderwijs en richtlijnen, zowel reflectie als concrete handvatten voor verpleegkundig handelen. De rode draad is steeds: zorg voor de mens als geheel, professioneel en verantwoord toegepast. Daarmee wil dit dossier inspireren én ondersteunen in de dagelijkse praktijk.
Om de huidige positie van integratieve zorg goed te begrijpen, is ten eerste inzicht in de historische ontwikkeling nodig: van alternatieve geneeswijzen tot integratieve verpleegkunde.
1960–1970: opkomst alternatieve geneeswijzen
In de jaren zestig ontstaat het containerbegrip alternatieve geneeskunde als reactie op de dominante positie van de universitaire geneeskunde. Deze tegenbeweging is een uitdrukking van maatschappelijke onvrede over de eenzijdige, technologisch en farmaceutisch georiënteerde zorg. In 1976 publiceert arts Paul van Dijk zijn invloedrijke boek Geneeswijzen in Nederland: Compendium voor de niet-universitaire geneeskunde.1 Hij beschrijft 118 geneeswijzen, waaronder acupunctuur, homeopathie, natuurgeneeskunde, kruidengeneeskunde, massagevormen, energetische therapieën en spirituele genezing. Van Dijk beschouwt deze benaderingen als een correctie op de ‘bijproducten van de universitaire geneeskunde’, zoals bijwerkingen van medicijnen, stijgende zorgkosten en de groeiende invloed van de farmaceutische industrie.
1981: ontstaan holistische verpleegkunde
Begin jaren tachtig kampt de Amerikaanse gezondheidszorg met een tekort aan verpleegkundigen. Lange diensten, lage salarissen en beperkte zeggenschap leiden tot uitstroom uit het beroep. In die context vindt in 1981 in Houston (VS) de oprichtingsbijeenkomst plaats van de American Holistic Nurses Association (AHNA). Drieëndertig verpleegkundigen uit acht verschillende staten delen er hun visie op een zorgsysteem dat verpleegkundigen zelf koestert en waarin welzijn en heelheid centraal staan.
Inmiddels vertegenwoordigt de AHNA meer dan 5500 leden. Dankzij erkenning door de American Nurses Association geldt holistische verpleegkunde sinds 2006 als officiële specialisatie.2 De nadruk in holistische verpleegkunde ligt op het zien van de mens als geheel en op de wederkerige relatie tussen verpleegkundige en patiënt.
1990: introductie CAM
In de jaren negentig raakt de term CAM (complementary and alternative medicine) ingeburgerd in onderzoek en beleid, met name in de Verenigde Staten.3 De term alternatief blijft in de volksmond bestaan, maar CAM wordt de academische verzamelterm. Volgens het National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH) omvat CAM onder meer kruiden- en voedingssupplementen, manipulatieve therapieën, meditatie, yoga, mindfulness, acupunctuur en andere traditionele geneeswijzen.
In deze periode ontstaan in de VS de eerste opleidingen en centra voor integratieve geneeskunde, waarin conventionele zorg wordt gecombineerd met complementaire interventies met nadruk op leefstijl en patiëntgerichte zorg. Er wordt in de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk steeds meer onderzoek gedaan naar de effectiviteit en veiligheid van deze interventies. Dit onderzoek laat een gemengd beeld zien: voor sommige interventies (met name bij symptoomverlichting, zoals pijn, angst en vermoeidheid) wordt ondersteunend bewijs gevonden, terwijl voor andere toepassingen het bewijs nog beperkt of inconsistent is. Tegelijk groeit de aandacht voor bijwerkingen, interacties, kwaliteitsstandaarden en goede informatievoorziening aan patiënten en professionals.
1996: complementaire zorg in Nederland
Binnen de Nederlandse verpleegkunde wordt de term complementaire zorg in 1996 geïntroduceerd door Astrid Noorden.4 Zij omschrijft in een artikel in het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde complementaire zorg als ‘zorg die wordt uitgevoerd binnen het verpleegkundig beroep, gericht is op het vergroten van het welbevinden van de zorgvrager, uitgaat van een holistisch mensbeeld, gebruikmaakt van natuurlijke of energetische principes en het zelfhelend vermogen van de mens stimuleert’.
2010: van complementair naar integratief
De afgelopen decennia verschuift de aandacht van afzonderlijke interventies naar integratieve modellen van zorg. Integratieve geneeskunde en integratieve verpleegkunde verwijzen naar de integratie van reguliere en complementaire benaderingen binnen één visie op gezondheid, herstel en welzijn.
Pioniers op dit terrein zijn Mary Jo Kreitzer en Mary Koithan, auteurs van het standaardwerk Integrative nursing: A whole health perspective.5 Hun zes principes vormen het fundament van de integratieve verpleegkunde: de mens zien als geheel, het zelfhelend vermogen stimuleren, zorg verlenen in relatie en wederkerigheid, kiezen voor de minst belastende en best onderbouwde interventie, aandacht hebben voor alle dimensies van gezondheid, en zorgdragen voor het eigen welzijn van de verpleegkundige.
Het Earl E. Bakken Center for Spirituality & Healing van de Universiteit van Minnesota geldt als bakermat van deze benadering. De American Nurses Association en AHNA brachten in 2019 de derde editie van Holistic Nursing: Scope & Standards of Practice uit, waarmee integratieve verpleegkunde formeel binnen het verpleegkundig domein werd verankerd.6
2014: van CAM naar CIM
Sinds 2014 is in de Verenigde Staten de term CAM geleidelijk vervangen door CIM (complementary and integrative medicine). Deze verschuiving markeert de overgang van losse interventies naast de reguliere zorg naar een geïntegreerde aanpak binnen bestaande zorgsystemen. CIM benadrukt interdisciplinariteit, wetenschappelijke onderbouwing en het centraal stellen van de zorgvrager.
Academische ziekenhuizen zoals de Mayo Clinic en de University of California in San Francisco beschikken inmiddels over afdelingen Integrative Health, waar interventies als mindfulness, voeding, beweging en acupunctuur geïntegreerd worden binnen de reguliere zorg.
In Nederland kreeg complementaire zorg rond 2014–2015 meer aandacht door twee belangrijke ontwikkelingen. ZonMw publiceerde in 2014 een signalement over de ontwikkeling en implementatie van evidence-based complementaire zorg. Een jaar later bracht het Louis Bolk Instituut (samen met het Van Praag Instituut) in een landelijke inventarisatie in beeld hoe complementaire zorg werd toegepast in ziekenhuizen, verpleeghuizen en ggz-instellingen.7 Daarmee ontstond meer zicht op de praktijk en op wat nodig is voor verdere implementatie, onderzoek en professionalisering, ook voor verpleegkundigen.
Professionele afbakening
De verschuiving van complementaire naar integratieve verpleegkunde vraagt om een duidelijke professionele afbakening. Integratieve verpleegkundige interventies zijn geen alternatief voor effectieve medische of verpleegkundige kernbehandelingen, maar worden doelgericht toegevoegd om comfort, symptoomlast, coping, zelfregie en kwaliteit van leven te ondersteunen. Het betreft interventies die passen binnen het verpleegkundig domein en die evidence-informed worden ingezet: op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs, klinische expertise en de waarden en voorkeuren van de zorgvrager.
Verantwoorde toepassing vereist randvoorwaarden die horen bij professioneel handelen. Dat begint bij verpleegkundig redeneren: het expliciteren van doelen, het zorgvuldig afwegen van indicaties en het maken van keuzes in samenspraak met de patiënt. Daarnaast is aandacht nodig voor risico’s en contra-indicaties, bijvoorbeeld bij kwetsbare doelgroepen of bij mogelijke interacties tussen complementaire middelen en reguliere medicatie. Bekwaamheid en aantoonbare scholing zijn essentieel, net als interprofessionele afstemming met artsen en andere disciplines. Tot slot vraagt integratieve zorg om systematische verslaglegging en evaluatie, bijvoorbeeld via NOC- en NIC-uitkomsten en ervaringen van zorgvragers.
Juist doordat verpleegkundigen dicht bij de leefwereld van patiënten staan, signaleren zij behoeften bij pijn, angst, stress, vermoeidheid, slaapproblemen en zingeving in een vroeg stadium. Integratieve verpleegkundige interventies bieden dan een breed repertoire aan handelingsmogelijkheden.
Dit dossier sluit hierop aan. De bijdragen verkennen de terminologie en positionering van complementaire en integratieve zorg, de stand van de evidence en de wijze waarop verpleegkundigen bronnen kunnen wegen. Ook komen de interventies Healing Touch en toepassing van muziek aan bod en integratieve interventies in verpleegkundige richtlijnen. We willen niet alleen inspireren, maar vooral concrete handvatten bieden voor zorgvuldig en toetsbaar integratief verpleegkundig handelen.
Ter afsluiting
De ontwikkeling van alternatieve geneeswijzen naar integratieve verpleegkunde weerspiegelt een brede beweging: van interventies buiten het zorgsysteem naar professioneel ingebedde zorg binnen het verpleegkundig domein. Verpleegkundigen hebben hierin een unieke positie. Zij beschikken over de competenties om integratieve verpleegkundige interventies uit te voeren. En indien goed geschoold kunnen ze deze interventies verantwoord toepassen
Dit overzicht laat zien dat integratieve verpleegkunde geen hype is, maar een ontwikkeling die al jaren gaande is. Wat begon aan de randen van de praktijk, krijgt stap voor stap meer plaats in het professioneel handelen van verpleegkundigen— met meer aandacht voor onderbouwing, veiligheid, samenwerking en de mens als geheel.
Referenties
- Van Dijk P. Geneeswijzen in Nederland: Compendium voor niet-universitaire geneesmethoden. Ankh-Hermes, 1976.
- Thornton L. A brief history and overview of holistic nursing. Integr Med (Encinitas). 2019;18(4):32-33.
- Institute of Medicine (US) Committee on the Use of Complementary and Alternative Medicine by the American Public. Complementary and alternative medicine in the United States. Washington (DC): National Academies Press; 2005. www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK83804/
- Noorden, A. De toepassing van natuurlijke behandelmethoden door verpleegkundigen. Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde. 1996;12(5):1980205.
- Kreitzer MJ, Koithan M. (red.). Integrative nursing: A whole health perspective (3rd ed.). Oxford University Press, 2025.
- American Nurses Association & American Holistic Nurses Association. Holistic Nursing: Scope & Standards of Practice (3e editie). Silver Spring, MD: ANA, 2019.
- ZonMw. Signalement: Ontwikkeling en implementatie van evidence-based complementaire zorg. 2014.

