In een item zagen we een wijkverpleegkundige, in de auto onderweg over spekgladde straten van het ene adres naar het volgende. Ze zei: ‘Wij kunnen deze mensen niet in de steek laten.’ En haar cliënt: ‘Zij is mijn engel.’
Ik dacht terug aan die avond, in het begin van de coronatijd, toen mensen ’s avonds om 8 uur op straat applaudisseerden voor zorgverleners. Heel even staan ze soms in de schijnwerpers, de verpleegkundigen en verzorgenden die hun leven op het spel zetten voor anderen. Maar vaak wíllen ze helemaal niet in die schijnwerpers staan, want: het is toch vanzelfsprekend wat ze doen? Dienstbaarheid en bescheidenheid zijn deugden die al eeuwenlang bij het verpleegkundig beroep horen.
Maar als je niet laat zien wat je doet, is het logisch dat je weinig waardering voor je werk krijgt. Als je morele dilemma’s waar je tegenaan loopt niet aankaart, zullen beleidsmakers ook niet overtuigd raken van de noodzaak om iets te veranderen. En als je niet laat zien hoe leuk je werk is, is het ook logisch dat niet veel mensen voor dit beroep kiezen. Dus: mogen genoemde deugden een tijdje in de wachtstand?
‘Ontwikkel moed en creativiteit’
Als je wat minder bescheiden wordt, wat vaker zelf in de schijnwerpers gaat staan, word je ook vaker gezien. Op de vraag ‘Wat wil je later worden?’ antwoordden veel meisjes vroeger: ‘Zuster’. Tegenwoordig zeggen veel jongeren: ‘Influencer’. Ze willen gezien worden en hopen dat ze veel likes krijgen.
Ik ben dan ook enthousiast over de combinatie die je steeds vaker ziet: zorgverleners die óók influencer zijn en op sociale media en in de nieuwsmedia laten zien wat ze doen. De uitdaging is om andere deugden te ontwikkelen: moed en creativiteit. Zodat er niet maar één keer per jaar een item is over verpleegkundigen in het NOS Journaal, maar steeds weer, via allerlei kanalen, in beeld komt dat het gaat om een beroepsgroep die onmisbaar is in een goede samenleving.


