Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Uitgelicht | Blaaskatheters bij kinderen

Anita de Jong
Marjorie de Neef
Job van Woensel
Jolanda Maaskant
Het doel van dit onderzoek was het systematisch in kaart brengen van de in de literatuur beschreven indicaties voor blaaskatheterisatie bij kinderen jonger dan 18 jaar opgenomen in het ziekenhuis.
Foto: AdobeStock

Context

Bij kinderen worden nog regelmatig blaaskatheters ingebracht terwijl dit niet altijd nodig is. Bovendien blijven blaaskatheters vaak langer zitten dan strikt noodzakelijk. Dit verhoogt de kans op ongemak, verminderde mobiliteit en complicaties zoals urineweginfecties. Voor volwassenen bestaan duidelijke evidence-based richtlijnen die zorgverleners helpen bij het stellen van de juiste indicaties voor het inbrengen en het tijdig verwijderen van blaaskatheters. Voor kinderen ontbreken dergelijke richtlijnen. Daardoor wordt vaak teruggevallen op de aanbevelingen voor volwassenen. De indicaties en factoren die meespelen bij het plaatsen en verwijderen van katheters, kunnen bij kinderen afwijken van die bij volwassenen, maar dit is niet goed beschreven. Daarnaast ontbreekt een systematische evaluatie van interventies om onnodig kathetergebruik bij kinderen te verminderen. Om een beter beeld te krijgen van de huidige inzichten, voerden de auteurs een integratieve review uit.

Doelstelling

Het doel was het systematisch in kaart brengen van de in de literatuur beschreven indicaties voor blaaskatheterisatie bij kinderen jonger dan 18 jaar opgenomen in het ziekenhuis. Aanvullende doelen waren het beschrijven van factoren die van invloed zijn op de besluitvorming voor het inbrengen of verwijderen van een blaaskatheter, en de effectiviteit van interventies die onnodig kathetergebruik verminderen.

Methode

De onderzoekers kozen voor een integratieve review. Bij deze methode worden de resultaten van verschillende onderzoekdesigns gecombineerd om zo een breed en diepgaand inzicht te verkrijgen. Ze voerden hiervoor een systematische literatuursearch uit in de databases MEDLINE, Embase, Cochrane Library, CINAHL en Web of Science. Ook raadpleegden ze databases voor richtlijnen, trialregisters, zogenaamde grijze literatuur en relevante referenties. Geïncludeerd konden worden: studies die tussen januari 2000 en januari 2024 zijn gepubliceerd en zijn geschreven in het Engels, Nederlands, Frans, Duits, Italiaans, Portugees of Spaans. Studies over chronische blaaskatheterisatie, urologische chirurgie, diagnostische indicaties en intravesicale medicatietoediening werden geëxcludeerd. Twee onderzoekers screenden en selecteerden de studies onafhankelijk van elkaar. Zij analyseerden deze met inductieve en deductieve thematische analysemethoden. De geïncludeerde studies werden met behulp van beoordelingslijsten beoordeeld op kwaliteit.

Resultaten

De zoekactie leverde 15.910 hits op. De onderzoekers beoordeelden de volledige tekst van 227 artikelen, waarvan er 49 werden geïncludeerd. Niet alle deelvragen kwamen in elk artikel aan bod.

Indicaties

In 43 artikelen beschrijven de auteurs terechte en onterechte indicaties voor blaaskatheterisatie bij kinderen (zie tabel 1). Niet iedere indicatie wordt in ieder artikel beschreven.

Voor de behandeling van acute urineretentie verschilt de voorkeur voor het type blaaskatheter; in 17 artikelen geven auteurs de voorkeur aan een verblijfskatheter, terwijl 13 artikelen intermitterende katheterisatie aanbevelen. Sommige studies beschrijven alternatieven, zoals afwachten of het toedienen van antagonisten bij opiaat-geïnduceerde urineretentie. Kinderen die intraveneuze opiaten, epidurale pijnstilling of spierverslappers krijgen, lopen verhoogd risico op acute urineretentie. Zeven auteurs adviseren routinematige katheterisatie, terwijl vier bij opiaten eerst spontane mictie willen monitoren.

In 16 studies wordt blaaskatheterisatie aanbevolen voor nauwkeurige monitoring van urineproductie bij ernstig zieke kinderen, vooral op de afdeling Intensive Care Kinderen. Tijdens peri- en postoperatieve zorg is volgens een aantal auteurs een blaaskatheter aangewezen bij operaties langer dan twee uur en bij specifieke ingrepen, bijvoorbeeld aan het bekken, het ruggenmerg of perianale gebied.

Tabel 1 Indicaties voor urinekatheterisatie bij kinderen 

indicaties voor urinekatheterisatie bij kinderen
Niet onderzocht in deze review: chronische blaaskatheterisatie, urologische chirurgie, diagnostische indicaties en intravesicale medicatie toediening.

Beïnvloedende factoren

Uit de analyse van 41 artikelen blijkt dat diverse factoren een rol spelen bij het besluit om een blaaskatheter bij kinderen in te brengen of te verwijderen. Het risico op re-katheterisatie is een belangrijke patiënt-gerelateerde factor, die leidt tot uitstel van verwijdering. Om het ongemak tijdens het inbrengen te verminderen bevelen twee studies het toedienen van sedatie bij (re)katheterisatie aan. Bij factoren gerelateerd aan zorgverleners blijken vooral hun vaardigheden voor het inbrengen cruciaal, terwijl het gebrek aan alertheid op een blaaskatheter in situ het tijdig verwijderen kan vertragen. Opvallend is dat artsen doorgaans eerder geneigd zijn een blaaskatheter te verwijderen dan verpleegkundigen.

‘Checklists en aandachtsvelders helpen kathetergebruik doelmatiger te maken’

Organisatorische factoren laten zien dat er geen uniforme aanpak bestaat. Voorbeelden hiervan zijn verschillen in monitoring van urineretentie en de timing van katheterverwijdering. Deze praktijkvariatie beïnvloedt zowel het moment van inbrengen als het verwijderen van blaaskatheters, waardoor blaaskatheters onnodig lang kunnen blijven zitten. Dit benadrukt de noodzaak van eenduidige richtlijnen om de besluitvorming rond katheterzorg bij kinderen te verbeteren.

Minder onnodig gebruik

11 artikelen beschrijven interventies die tot doel hebben onnodig gebruik van blaaskatheters bij kinderen te verminderen. Deze interventies richten zich onder andere op het vastleggen en dagelijks evalueren van de indicaties en het registreren van de katheterduur. Zorgverleners gebruiken hiervoor checklists en bespreken het kathetergebruik tijdens multidisciplinaire visites. Ook educatie, een verpleegkundig gestuurd protocol en het aanstellen van aandachtsvelders voor katheterinfecties dragen bij aan verbetering. Drie studies rapporteren dat met behulp van een dagelijkse checklist een blijvende daling van onnodig kathetergebruik is gerealiseerd. Twee van deze studies combineren deze checklist met inzet van aandachtsvelders.

Conclusie

Blaaskatheterisatie bij kinderen vraagt om een kindgerichte aanpak. Het ongemak bij (re)katheterisatie beïnvloedt beslissingen, bijvoorbeeld over preventief katheteriseren en het moment van verwijderen. Checklists en aandachtsvelders helpen om kathetergebruik doelmatiger te maken. Meer onderzoek en uniforme richtlijnen zijn nodig om praktijkvariatie te beperken en katheterzorg bij kinderen te optimaliseren.

Beschouwing

Deze integratieve review geeft een waardevol overzicht van de inzichten rondom blaaskatheterisatie bij kinderen. De systematische aanpak en brede selectie van publicaties verhogen de betrouwbaarheid van de bevindingen. Tegelijkertijd zijn de conclusies beperkt, doordat de resultaten vooral zijn gebaseerd op lokale protocollen en expertopinies. Dit benadrukt de noodzaak van verder onderzoek om onterecht kathetergebruik bij kinderen terug te dringen. Het ontwikkelen van evidence-based richtlijnen kan verpleegkundigen en artsen handvatten bieden voor veilige en verantwoorde zorg. Verpleegkundigen spelen hierin een sleutelrol; binnen de multidisciplinaire samenwerking kunnen zij bijdragen aan het katheterbeleid en het signaleren en terugdringen van onnodig kathetergebruik.

Deze aflevering van Uitgelicht is gebaseerd op het artikel: Jong de AC, Neef de M, Woensel van JBM, Groen LA, Jamaludin FS & Maaskant JM. Indications for urinary catheterization in hospitalized children: An integrative review. J Pediatr Nurs. 2025;83:199-210.

De studie heeft nieuwe inzichten opgeleverd:

  • Richtlijnen voor blaaskatheterisatie bij kinderen zijn grotendeels afgeleid van studies bij volwassenen.
  • De belangrijkste indicaties voor blaaskatheters bij kinderen zijn urineretentie, monitoring van de urineproductie, specifieke chirurgische ingrepen en palliatieve zorg.
  • De meningen over routinematige katheterisatie ter preventie van acute urineretentie lopen uiteen, mede door het ongemak dat kinderen tijdens blaaskatheterisatie ervaren.
  • Het dagelijks gebruik van checklists en het inzetten van aandachtsvelders blijken effectieve strategieën om onterecht kathetergebruik te verminderen.
  • De meeste bevindingen komen voort uit klinische ervaring en lokale protocollen, wat benadrukt dat meer onderzoek nodig is om evidence-based kindgerichte richtlijnen te ontwikkelen.