Verpleegkundige theorieën kunnen hierbij houvast bieden. Ze maken expliciet welke fenomenen verpleegkundigen signaleren (bijvoorbeeld comfort, zelfzorg, coping, kwetsbaarheid, zingeving), welke doelen zij nastreven, en waarom bepaalde interventies in een specifieke context passend zijn. Theorie is daarmee een professioneel kompas: het helpt keuzes te verantwoorden, onderwijs te structureren en onderzoek te sturen.
Fawcett benadrukt dat interdisciplinair samenwerken pas echt succesvol is wanneer elke discipline haar eigen conceptuele modellen, praktijk en onderzoek goed begrijpt.1 Zonder disciplinespecifieke kennis verdwijnen verpleegkundige vragen naar de achtergrond en het wordt moeilijker om verpleegkundige uitkomsten (zoals comfort, zelfmanagement en participatie) structureel te borgen.
Een theorie bestaat uit concepten, definities en relaties die een verschijnsel helpen verklaren en soms voorspellen. Een verpleegkundige theorie beschrijft hoe patronen in verpleegkundige verschijnselen te begrijpen (bijvoorbeeld hoe angst, benauwdheid en verminderde zelfzorg elkaar versterken).
Verpleegkundige theorieën:
- Omschrijven wat verpleegkunde is en waar het domein begint en eindigt.
- Bieden een gedeelde taal die communicatie, overdracht en onderzoek scherper maakt.
- Ondersteunen kritisch denken doordat aannames en waarden expliciet worden.
- Helpen verpleegkundige fenomenen te definiëren en doelgericht te beïnvloeden.
Zonder theoretisch kader versmalt de aandacht van de verpleegkundige gemakkelijk tot meetbare procesindicatoren of diagnostische uitkomsten. Maar in de dagelijkse praktijk wegen verpleegkundigen juist voortdurend context en betekenis: gezinssituatie, draagkracht, cultuur, gezondheidsvaardigheden, sociale steun en leefomgeving. Theorie helpt om die weging zichtbaar en bespreekbaar te maken.
Ontwikkelingen
Van 1970 tot 1995 was er in Nederland veel belangstelling voor verpleegkundige theorieën. Er verschenen een flink aantal publicaties over verpleegkundige theorieën, zowel vertalingen als oorspronkelijke Nederlandse opvattingen over wat verplegen is.2 Vanaf 1995 ebde de belangstelling voor theorieën echter volledig weg. Dit kwam door een samenloop van verschillende ontwikkelingen:
- De opkomst van standaardisering en verantwoording. Vanaf de jaren negentig is de wereld van de zorg sterk gaan sturen op meetbaarheid, transparantie en risicobeheersing. Richtlijnen, protocollen, kwaliteitsindicatoren en audits werden bepalend voor wat als goede zorg geldt. Dat is begrijpelijk: het verbeterde uniformiteit en veiligheid. Maar het had ook een bijeffect, namelijk dat het gesprek verschoof van betekenis en duiding naar naleving en bewijs. Dan voelt theorie voor teams al snel als iets extra’s bovenop het werk en niet als een logica die het werk ordent.
- Evidence-based practice als dominante taal. Evidence-based practice kreeg vanaf 2000 een enorme belangstelling. Het heeft de verpleegkundige beroepsgroep veel gebracht: een betere onderbouwing van interventies en een kritischere houding tegenover traditie. Tegelijk kan EBP, wanneer het eenzijdig wordt opgevat, het perspectief versmallen. Dan wordt wat werkt belangrijker dan wat het verpleegkundig kernprobleem is of welke uitkomst voor deze patiënt betekenisvol is. Theorie helpt juist om die verpleegkundige vragen te expliciteren.
- Competenties en rollen in opleiding. In de verpleegkundige opleidingen is de verschuiving naar competentieprofielen, rollen en toetsbare leeruitkomsten van belang. Maar deze verschuiving verdringt specifieke disciplinekennis. Studenten leren vooral wat je moet kunnen en hoe je je verantwoordt, terwijl de vraag vanuit welk verpleegkundig denkkader je redeneert naar de achtergrond verdwijnt.
- Interdisciplinaire samenwerking. Interdisciplinair werken vraagt dat disciplines zichzelf goed kennen. Fawcett benadrukt precies dit punt. Als verpleegkundige concepten in die samenwerking ondergesneeuwd raken, worden ze voor andere disciplines minder zichtbaar in praktijk, beleid en onderzoek.
- Digitalisering van zorg. Elektronische dossiers, classificaties, dashboards en algoritmen structureren het werk. Dat kan ondersteunen. Maar wat niet gemakkelijk te coderen is, zoals relationele zorg, morele afwegingen en context, raakt sneller uit beeld. Wanneer de registratie vooral proces- en risicobeheersing tot doel heeft, verschraalt de ruimte om verpleegkundige kernconcepten te gebruiken als ordeningsprincipe.
Revival
Op dit moment lijkt de belangstelling voor verpleegkundige theorieën weer toe te nemen. De belangstelling is het gevolg van meerdere bewegingen:
- De herwaardering van verpleegkundige identiteit en essentiële zorg. Discussies over zeggenschap, leiderschap en beroepstrots roepen uiteindelijk de vraag op: waarover wil de verpleegkunde leiderschap, zeggenschap en trots? Dat leidt terug naar kernconcepten: wat is verpleegkundige zorg, welke uitkomsten horen daarbij, wat is het eigen domein?3
- Toenemende complexiteit van zorg. Multimorbiditeit, kwetsbaarheid, sociale ongelijkheid en netwerkzorg maken dat één richtlijn vaak niet volstaat. Professionals moeten integreren, prioriteren en afwegen. Theorie biedt taal om die afwegingen expliciet te maken: niet alleen wat we doen, maar waarom en op basis van welke waarden.
- Technologie. Kunstmatige intelligentie en digitale besluitondersteuning versterken de behoefte aan een verpleegkundig kader dat voorkomt dat zorg wordt gereduceerd tot meetbare parameters. Technologie roept vragen op die bij uitstek verpleegkundig zijn: wat betekent gezondheid in iemands leefwereld? Hoe wegen we autonomie, veiligheid, comfort, draagkracht en zingeving? Theorie helpt om zichtbaar te houden wat anders onder de verpleegkundige radar verdwijnt.
- Zoektocht naar passende uitkomsten en nieuwe indicatoren. De focus op waardegedreven zorg en patiëntgerapporteerde uitkomsten stimuleert aandacht voor comfort, functioneren, zelfmanagement en participatie – typisch verpleegkundige uitkomsten. Om die uitkomsten te definiëren, te meten en te verbeteren, is een conceptueel raamwerk nodig. Theorie maakt duidelijk wat je precies bedoelt met termen als comfort of zelfzorg en hoe je verandering daarin kunt verklaren.
- Nieuwe integrerende perspectieven. Recente Nederlandstalige werken, zoals ‘Zorgzaam bestaan: de verpleegvisie van J.A. van den Brink-Tjebbes’ en ‘Integratieve verpleegkunde’, proberen actuele thema’s (duurzaamheid, cultuurgevoeligheid, technologie, identiteit, spiritualiteit en ervaringskennis) te verbinden met verpleegkundige kernconcepten.3,4 Deze benaderingen maken theorie opnieuw aantrekkelijk: niet als gesloten systeem, maar als dynamisch kader dat meebeweegt met maatschappelijke opgaven.
Van boek naar bed
Een theoretisch kompas wordt waardevol wanneer het werkt in het dagelijkse handelen. Neem een patiënt die na een heupoperatie ’s nachts onrustig is, slecht slaapt en tekenen van delier vertoont. Een verpleegkundig model helpt dan om niet alleen naar symptoomreductie te kijken, maar naar samenhang: pijn, slaaptekort, desoriëntatie, angst, beperkte mobiliteit, prikkelbelasting, mantelzorgstress en risico op complicaties. Vanuit die samenhang formuleer je doelen die verpleegkundig herkenbaar zijn (rust, veiligheid, oriëntatie, zelfzorgherstel, comfort). Daarmee wordt de verpleegkundige bijdrage zichtbaar: het is het organiseren van voorwaarden waaronder herstel, veiligheid en betekenisvol functioneren mogelijk worden en niet alleen het uitvoeren van losse handelingen.
De kern is dat een dynamisch, praktisch toepasbaar theoretisch verpleegkundig kompas de beroepsontwikkeling versterkt, juist wanneer zorg complexer wordt en technologie prominenter aanwezig is. Theorie, praktijkervaring en onderzoek horen samen op te trekken. Dat is professioneel eigenaarschap: weten wat je bijdrage is, hoe je die onderbouwt en hoe je die in een interprofessionele omgeving herkenbaar houdt.
Referenties
- Butts JB, Rich KL, Fawcett J, e.a. The Future of Nursing: How Important is Discipline Specific Knowledge? A Conversation with Jacqueline Fawcett. Nurs Sci Q. 2012;25(2):151-4.
- Bruggen H van der (red.). De delta van de Nederlandse verpleging. Lochem: De Tijdstroom; 1989.
- Eliens A, Strybol N, Bijl W. Integratieve verpleegkunde: een antwoord op actuele vraagstukken bij gezondheid en ziekte. Amersfoort: Coöperatieve Uitgeverij Virtuoos; 2025.
- Cusveller B. Zorgzaam bestaan: de verpleegvisie van J.A. van den Brink-Tjebbes. Utrecht: Eburon; 2025.

