De wijkverpleging in Nederland staat voor uitdagingen. De zorgvraag stijgt, terwijl het aantal verpleegkundigen en verzorgenden niet in gelijke mate toeneemt. Daarnaast wonen ouderen langer thuis en sturen ziekenhuizen en revalidatiecentra op een kortere opnameduur. Hierdoor wordt de zorgvraag thuis complexer. Nieuwe kennis en zorginnovaties zijn nodig voor toekomstbestendige wijkverpleging.
In deze context zijn, met financiering van ZonMw, in januari 2025 de Academische Werkplaatsen Wijkverpleging (AWW) opgericht. In vijf regio’s werken praktijk, onderwijs en onderzoek intensief samen aan kennisontwikkeling en innovatie – en verspreiding en toepassing daarvan in zowel de praktijk als het onderwijs.1 De ambitie is het inrichten van een sterke kennisinfrastructuur die bijdraagt aan passende zorg en professionalisering van het vakgebied. De werkplaatsen dragen bij aan het optimaliseren van de kwaliteit van zorg, het aantrekkelijk maken van het werken in de wijkverpleging én het vergroten van het werkplezier van zorgprofessionals.
‘De Academische Werkplaats zorgt voor meer uitwisseling tussen wijkverpleegkundige professionals; zowel tussen teams als tussen organisaties. Zo wordt kennis beter benut.’ (kartrekker AWW)
Wat is een Werkplaats?
De vijf AWW’s zijn regionaal georganiseerd en kennen een landelijke verbinding. In elke werkplaats participeren (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden vanuit organisaties voor wijkverpleging, docenten en studenten van hogescholen en mbo-instellingen, onderzoekers van hogescholen, umc’s en universiteiten en cliëntvertegenwoordigers. De regionale aanpak maakt het mogelijk om in te spelen op lokale vraagstukken. De uitwisseling op landelijk niveau tussen de werkplaatsen zorgt voor verspreiding van kennis en ‘best practices’.
Binnen de AWW’s ligt de nadruk op het gezamenlijk ontwikkelen, delen, implementeren en borgen van kennis in de praktijk en het onderwijs. Onderzoek staat niet op zichzelf, maar vindt plaats in en met de praktijk. Innovaties worden ontwikkeld vanuit concrete vraagstukken uit het werkveld, samen met professionals, onderzoekers, studenten en cliënten en hun naasten. Een voorbeeld van hoe we vragen ophalen, is het organiseren van regionale netwerkbijeenkomsten met verpleegkundigen en verzorgenden. Vervolgens vertalen we de resultaten uit onderzoek naar praktijk en onderwijs door het ontwikkelen van kennisproducten, bijvoorbeeld infographics en video’s.
‘De AWW vormt een sterke brug tussen praktijk en onderzoek. De academische linking pin verbindt deze twee werelden. Vraagstukken uit de wijk worden snel opgepakt en vertaald naar onderzoek, terwijl inzichten direct terugvloeien naar de teams. Zo ontwikkelen we kennis die direct toepasbaar is en merkbaar bijdraagt aan onze organisatie.’ (senior onderzoeker VVT-organisatie)
Voor de wisselwerking tussen praktijk, onderwijs en onderzoek zijn ’linking pins’ essentieel: professionals die met combi-banen bruggenbouwers zijn tussen praktijk, onderwijs en onderzoek. Er zijn drie typen linking pin, met elk een eigen profiel en takenpakket. Zo is de academische linking pin een (bijna) gepromoveerde (verpleegkundig) onderzoeker, die onderzoekstaken combineert met werkzaamheden in de praktijk of onderwijs. De praktijk-linking pin combineert praktijk met onderzoek binnen de AWW. Een onderwijs-linking pin combineert een functie in het onderwijs veelal met taken in het onderzoek of de zorgpraktijk. Het werken als linking pin draagt bij aan professionele ontwikkeling en het vergroten van werkplezier. Ook biedt deze rol nieuwe loopbaanperspectieven voor verpleegkundigen en verzorgenden. Om hun rol goed te kunnen vervullen, krijgen linking pins ondersteuning om in hun rol/positie te komen, bijvoorbeeld via coaching.2
‘Het helpt me erg om inzicht te krijgen in de zorgorganisaties en hun projecten, waar ze nu aan werken en welke innovaties ze uitvoeren, maar nog belangrijker wat de uitdagingen in de praktijk zijn.’ (academische linking pin)
Toepassing van nieuwe kennis
In tegenstelling tot bij traditionele onderzoeksinfrastructuren ligt de nadruk binnen de AWW’s niet alleen op het ontwikkelen van kennis, maar ook op het bevorderen van de implementatie ervan. Zo worden in nauwe samenwerking met de praktijk implementatiestrategieën ontwikkeld.
‘Tijdens de AWW-stage laten we studenten zien hoe veelzijdig en vernieuwend ons vak is: van direct cliëntcontact tot onderzoek en innovatie. Zo enthousiasmeren we hen voor de wijk, een prachtige, uitdagende plek waar je écht het verschil maakt.’ (onderwijs-linking pin)
‘Als hbo-v-student ervaar ik de Academische Werkplaats Wijkverpleging als een omgeving waar leren en verbeteren samenkomen. Studenten doen praktijkervaring op met evidence-based werken, wat je helpt voorbereiden op je rol als toekomstige verpleegkundige. Tegelijk krijgt de organisatie waardevolle inzichten die bijdragen aan betere persoonsgerichte zorg voor de zorgvrager en de kwaliteit van de wijkverpleegkundige zorg. Zo ontstaat een echte win-win voor alle betrokkenen, en dat is vooral voor de zorgvragers natuurlijk fantastisch!’ (student AWW)
‘We creëren ruimte om te experimenteren, leren en ontwikkelen’
Daarnaast worden de inbreng, wensen en behoeften van (toekomstige) cliënten en naasten meegenomen in het opzetten en uitdenken van zorginnovatieprojecten, onderzoek en onderwijs. Zij worden niet alleen gezien als ontvangers van zorg, maar ook als actieve partners in de werkplaats. Hiermee wordt niet alleen de kwaliteit van zorg verbeterd, maar ook de legitimiteit van innovatie versterkt.3
De toekomst
Vanuit de vijf werkplaatsen bouwen we aan de wijkverpleging van de toekomst. Dit ontstaat alleen wanneer de praktijk, het onderwijs, onderzoek en de mensen om wie het gaat écht samen optrekken. Samen creëren we een omgeving met ruimte om te experimenteren, leren en ontwikkelen. Zo blijven we het vak continu innoveren en verbeteren we de zorg voor en met de mensen thuis. Tegelijkertijd vergroten we het werkplezier van de betrokken (zorg)professionals. Door hen actief als linking pins te betrekken, krijgen zij ruimte om in hun organisatie kennis te ontwikkelen, te delen, en te implementeren.
‘In mijn rol als praktijk-linking pin krijg ik de kans om mij verder te ontwikkelen op het gebied van onderzoek en implementatie. Daarnaast kom ik in aanraking met de verschillende lagen binnen mijn organisatie, van de werkvloer tot aan de Raad van Bestuur.’ (praktijk-linking pin)
Leeswijzer
In de andere artikelen van dit TvZ-dossier belichten de vijf de AWW’s een onderwerp waarmee zij aan de slag zijn gegaan. Wil je meer weten over de AWW’s in het algemeen of een specifieke werkplaats in jouw regio? Neem dan contact met ons op via: academischewerkplaatswijkverpleging@umcutrecht.nl
Referenties
- Academische werkplaats wijkverpleging; 2025. https://www.zonmw.nl/nl/artikel/academische-werkplaatsen-wijkverpleging
- Everink I, Urlings J, Griffiths A, e.a.Bridging the gap between science and care: a qualitative exploration of the role of the Scientific Linking Pin researcher working in research and practice partnerships. Journal of Long-Term Care. 2023;249–259.
- Geest de S, Zúñiga F, Brunkert T, e.a.Powering Swiss health care for the future: implementation science to bridge “the valley of death”. Swiss medical weekly. 2020;150(3738).


