De geschiedenis van verpleging en verzorging wordt vaak verteld aan de hand van krachtige, haast iconische beelden: reinheid, rust en regelmaat, de strenge hoofdzuster in een gesteven uniform of juist de zachtmoedige, zichzelf wegcijferende zuster. Zulke beelden hebben het publieke imago van verpleegkundigen sterk beïnvloed. Soms roepen ze respect op, vaker werken ze juist stereotyperend en beperkend.
Hugo Schalkwijk, conservator V&VN. Foto: Stijn Rademaker
Juist daarom vinden wij het bij het Museum voor de Verpleegkunde belangrijk om het individu centraal te stellen. Wie waren deze verpleegkundigen en verzorgenden? Wat dreef hen? Hun persoonlijke verhalen bieden ruimte voor herkenning, reflectie en inspiratie. Ze laten zien dat de zorg niet alleen is gevormd door de grote vernieuwers, maar ook door mensen die op hun eigen vierkante meter een verschil probeerden te maken.
Bombardement
Neem het verhaal van Aagje Neeltje Monster dat we recent publiceerden op Museumvoordeverpleegkunde.nl. Zij was geen bekende pionier of hervormer, maar een op het oog doodgewone Rotterdamse verpleegkundige die in mei 1940 het bombardement op de stad meemaakte. Het ziekenhuis waar zij werkte, het Coolsingelziekenhuis, werd getroffen. Ook haar eigen huis en bezittingen gingen verloren. Tijdens de oorlog boden Aagje en haar levensgezel Mies onderdak aan Joodse onderduikers. Foto’s en verslagen van Aagje zelf vertellen het verhaal van een ‘doodgewone’ verpleegkundige in een buitengewone periode uit de geschiedenis.
Aagje Neeltje Monster, verpleegkundige, Foto: Museum van Verpleegkunde
‘Het was een levensgevaarlijke taak’
Een ander voorbeeld is Kees Rooijens, wiens verhaal via zijn familie en historicus Thijs Gras bewaard is gebleven. Als psychiatrisch- en ambulanceverpleegkundige onderscheidde Rooijens zich tijdens de Slag om Nijmegen in september 1944. Terwijl de gevechten woedden, reed hij samen met zijn collega’s op eigen initiatief rond om gewonden te helpen. Het was een levensgevaarlijke taak, die hij beschouwde als zijn christelijke plicht. Na de oorlog richtte hij zich vooral op de psychiatrie en kwam hij bij veel van zijn patiënten aan huis.
Eigen vierkante meter
Wat leren deze verhalen ons? Ze verbreden onze kijk op het begrip ‘pionier’. We willen laten zien dat niet alleen de grote voortrekkers de ontwikkeling van het vak bepaalden. Ook verpleegkundigen en verzorgenden die binnen hun eigen werkomgeving, hun ‘eigen vierkante meter’, verantwoordelijkheid namen, organiseerden, coördineerden en zorgden, droegen bij aan positieve veranderingen in de zorg.
Deze persoonlijke geschiedenissen maken duidelijk dat verpleegkundigen geen naamloze uniformen zijn. Het zijn mensen met eigen overtuigingen en idealen. Ze worden beïnvloed door hun tijd en omgeving, maar geven zelf ook vorm aan de wereld om hen heen. Door hun verhalen te blijven vertellen, verrijken we ons beeld van de zorg en de mensen die daarin werken, toen en nu.