Onderzoekers van IQ health van het Radboudumc hebben in 2023 een herziene lijst van Beter laten en beter doen (BDBL)-handelingen gepubliceerd. 1,2 In dit nummer van TvZ wordt de de-implementatie van het onnodig verschonen van bedden in het ziekenhuis besproken. Eerst wordt de keuze voor deze handeling toegelicht, gevolgd door een uitleg over het onderzoek naar de huidige situatie en het ontwikkel- en uitvoeringsproces van het de-implementatietraject.
Van protocol naar praktijk
Hoewel het onnodig verschonen van bedden niet op de officiële Beter Laten-lijst staat, is het door (regie)verpleegkundigen wel aangemerkt als een handeling die we beter kunnen laten, gezien de impact op de tijdsinvestering van de (regie)verpleegkundigen en verpleegassistenten, het materiaalgebruik en het milieu.
Het Radboudumc-protocol ‘Reiniging en desinfectie van herbruikbare middelen en materialen’ stelt dat bij bedlegerige patiënten en patiënten met besmette excreta het linnengoed dagelijks moet worden verschoond.3 Voor niet-bedlegerige patiënten geldt een wekelijkse wissel, tenzij het linnengoed zichtbaar verontreinigd is. Dit protocol is gebaseerd op de WIP-richtlijn ‘Linnengoed’.4
Het onnodig verschonen van bedden is ge-de-implementeerd op verpleegafdelingen in drie centra van het Radboudumc (Centrum voor Hart & Vaten (CHV): Cardiologie, Cardiothoracale Chirurgie en Vaatchirurgie, Centrum voor Oncologie (CvO): Medische Oncologie, Centrum voor Ontsteking, Infectie en Afweer (COIA): Interne Geneeskunde & Reumatologie, Longziekten, Nierziekten en Tuberculose & Longinfecties).
Om de de-implementatie goed te begeleiden, is in elk centrum een projectgroep opgericht. De projectgroepen bestonden uit een coördinator (regieverpleegkundige), verpleegkundig wetenschappers en (regie)verpleegkundige kartrekkers van de betrokken afdelingen.
Het project liep van januari 2025 tot februari 2026. De startdatum van het project verschilde per centrum: gestart werd met het CHV, gevolgd door het CvO en uiteindelijk het COIA. Elk centrum doorliep een tweestapsproces: er werd een voormeting uitgevoerd, gevolgd door een probleemanalyse. Daarna werden de de-implementatie strategieën bepaald en uitgevoerd, en na drie maanden een nameting afgenomen.
Observaties
De voormeting werd uitgevoerd om te bepalen hoe vaak bedden onterecht verschoond werden. Daarnaast werd in een centrum gemeten hoeveel tijd (regie)verpleegkundigen/verpleegassistenten gemiddeld besteden aan het verschonen van een bed.
Gedurende zeven tot twaalf dagen observeerden studenten verpleegkunde of (regie)verpleegkundigen van de eigen afdeling dagelijks het aantal bezette bedden, het aantal bedden dat daadwerkelijk verschoond werd, en het aantal onterecht verschoonde bedden. Daarnaast werden de redenen voor de verschoonacties geregistreerd. Het observeren gebeurde met een zelfontworpen gestandaardiseerd meetformulier en beslisboom, gebaseerd op het ziekenhuisprotocol en afdelingsspecifieke afspraken.3
Het percentage bedden dat onterecht werd verschoond is gemiddeld 27% (range 16% – 29%) (zie tabel 1), en het verschonen van een bed kostte gemiddeld 4,5 minuten. Veelvoorkomende redenen voor het onterecht verschonen van bedden waren gewoonte, het idee dat het bij de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL)-zorg hoort, een afdelingsafspraak over standaard verschoondagen, en de overname van patiënten van een andere afdeling.
Tabel 1 Voor- en nameting van de verschillende centra van de verschoonde bedden.
| Centrum | Voormeting onterecht verschoonde bedden, % (n) | Nameting onterecht verschoonde bedden, % (n) |
| Centrum voor Hart en Vaten | 28% (21 van 76) | 9% (5 van 58) |
| Centrum voor Oncologie | 16% (10 van 64) | 0% (0 van 54) |
| Centrum voor Ontsteking, Infectie en Afweer | 29% (63 van 214) | 7% (7 van 106)
|
| Totaal | 27% (94 van 354) | 6% (12 van 218) |
Focusgroepinterviews
Na de voormeting organiseerden studenten verpleegkunde en (regie)verpleegkundigen focusgroepinterviews en werkbesprekingen met verpleegassistenten en (regie)verpleegkundigen. Het doel hiervan was om de belemmerende en bevorderende factoren voor de-implementatie in kaart te brengen.
Bevorderende factoren die werden aangegeven voor de de-implementatie waren het opfrissen van kennis over de geldende richtlijnen en het verbeteren van de toegankelijkheid van deze richtlijnen. Daarnaast werd een registratiesysteem in het elektronisch patiëntendossier of het gebruik van houdbaarheidsstickers op bedden voorgesteld om inzichtelijk te maken wanneer een bed voor het laatst is verschoond. Vaste verschoonmomenten werden gewenst, maar dit is niet op elke afdeling mogelijk vanwege de hoge doorstroom van patiënten, waardoor patiënten die net zijn opgenomen volgens een vast verschoonschema onterecht eerder een schoon bed krijgen. Effectieve maatregelen die werden voorgesteld waren onder andere het aanspreken van elkaar tijdens de dagstart en het navragen bij patiënten wanneer hun bed voor het laatst is verschoond.
Belemmerende factoren zijn onder andere de uitdaging om met een klinische blik te beoordelen of een patiënt aan de criteria voor bedverschoning voldoet. Dit was lastig bij uitzonderingsgevallen en bij het bepalen of een patiënt bedlegerig is. Daarnaast is er een gebrek aan kennis over de juiste beoordelingscriteria voor het bepalen wanneer een bed daadwerkelijk verschoond moet worden. Andere belemmerende factoren zijn dat het verschonen van bedden soms niet als een onnodige handeling wordt gezien en dat er geen werklast wordt ervaren, waardoor deze handeling onbewust wordt uitgevoerd.
Implementatie(strategieën)
Voor de de-implementatie is gebruikgemaakt van twee methodieken; het Behaviour Change Wheel (BCW) en het KwaliTIJD-stappenplan.5,6 De CHV en COIA maakten gebruik van het BCW, het CvO gebruikte het KwaliTIJD-stappenplan.
De kartrekkers van elke verpleegafdeling binnen de drie centra stelden een afdelingsdoel en bijpassende interventies op, die vervolgens binnen de verschillende afdelingen werden uitgevoerd. In alle centra werden posters met werkafspraken en beoordelingscriteria opgehangen en werden werkafspraken besproken tijdens werkoverleggen om (regie)verpleegkundigen en verpleegassistenten goed te informeren. Hierbij werd niet alleen duidelijk wanneer beddengoed verschoond moest worden, maar ook welke gevolgen het onterecht vaak verschonen kan hebben. Uitkomsten van de voormeting werden teruggekoppeld aan het hele verpleegkundig team. De kartrekkers fungeerden als rolmodellen door het gewenste gedrag actief voor te doen op de werkvloer en gaven collega’s regelmatig feedback op hun handelen en op de gemaakte werkafspraken.
Tot slot; zijn er ook specifieke interventies in sommige centra ingezet. In het CvO werden patiënten actief geïnformeerd over de procedure rondom het verschonen en werden afdelingsspecifieke afspraken gemaakt over het verschonen van bedden per patiëntencategorie, in lijn met het ziekenhuisprotocol. In COIA werden kaartjes voor de patiëntenkamer ontwikkeld waarop de verschoondag van het bed werd aangegeven, wat zowel zorgverleners als patiënten meer inzicht gaf. In het CHV werd de invloed van het bedden verschonen op het milieu en tijd gedeeld via interne communicatiekanalen om bewustwording te creëren binnen het team.
Op deze manier werd voor elk centrum een gerichte aanpak ontwikkeld die voldeed aan de Hygiëne Infectiepreventie-afspraken, en die zowel de interne werkprocessen als het patiëntencomfort verbeterde. De laatste fase van het project bestond uit evaluatie en borging.
Resultaten (in de praktijk)
Drie maanden na de de-implementatie werd in de centra een nameting uitgevoerd. De meetperiodes wisselden van zeven tot twaalf dagen op de verschillende verpleegafdelingen. Het aantal onterecht verschoonde bedden van alle verschoonde bedden tijdens de nameting is gemiddeld 6% [0-9] ten opzichte van 27% [16-29] bij de voormeting. Dit betekent een daling van gemiddeld 21% [16-22] (zie tabel 1).
Impact op de werkvloer
Verpleegkundig wetenschappers hebben op basis van deze resultaten een businesscase opgesteld, waarbij gekeken is naar de tijdsinvestering voor (regie)verpleegkundigen en verpleegassistenten, het materiaalverbruik en de mogelijkheid om de CO₂-voetafdruk te berekenen. Voor de laatste analyse werd het materiaal van specifieke handelingen verzameld en gewogen.
Hoewel het verschonen van een bed lijkt op een snelle handeling, biedt het verminderen van het onterecht verschonen van bedden winst in de werkdruk voor (regie)verpleegkundigen en verpleegassistenten. Het voorkomen van onterecht bedden verschonen draagt bij aan de verduurzaming van zorg door een verminderde productie van wasgoed. Op basis van de resultaten van dit project leidt dit ziekenhuisbreed tot een jaarlijkse vermindering van 7.389 onterecht verschoonde bedden. Dit betekent een besparing van €11.083 aan materiaalkosten, 7.200 kg CO₂ aan uitstoot, vergelijkbaar met 37.500 km rijden met een benzineauto. Het bespaart 886.60 liter aan water en 535 uur aan tijd voor (regie)verpleegkundigen en verpleegassistenten.
Toekomst
Het proces van de de-implementatie wordt momenteel kwalitatief onderzocht middels focusgroepinterviews met betrokken verpleegkundig wetenschappers en coördinatoren van de centra. Daarnaast is er een vragenlijst verspreid onder de kartrekkers van het project. Deze gegevens bieden waardevolle inzichten voor de aanpak en de-implementatie van toekomstige Beter Laten-projecten. Het uiteindelijke doel is om alle verpleegafdelingen in het Radboudumc te betrekken bij het verminderen van onnodige handelingen.
Het onderzoek naar het onterecht verschonen van bedden heeft bijgedragen aan de wetenschappelijke onderbouwing van verpleegkundig handelen, bewustwording rondom de impact op het milieu en de tijdsinvestering van zorgprofessionals, het effect van het methodisch aanpakken van een de-implementatie en het klinisch redeneren van (regie)verpleegkundigen.
Referenties
- V&VN. Beter doen aanbevelingen. Overall lijst 2023. venvn.nl/media/hdkojzft/beter-doen-lijst-algemeen.pdf
- V&VN. Beter laten aanbevelingen. Overall lijst 2023. venvn.nl/media/5cakusr2/beter-laten_lijst-algemeen-v2.pdf
- Reiniging en desinfectie van reusable middelen en materialen. 2025.
- Werkgroep Infectie Preventie. Ziekenhuizen: Linnengoed. 2014.
sri-richtlijnen.nl/wp-content/uploads/2026/03/WIP-2014-Linnengoed.pdf - Michie S, van Stralen MM, West, R. The behaviour change wheel: a new method for characterising and designing behaviour change interventions. Implement Science 2011;6,42.
- V&VN & ZE&GG. Werkboek en stappenplan: Implementeren voor verpleegkundigen. 2023. venvn.nl/media/ptjj4x4q/stappenplan_2024.pdf

