1 Wat is de vraagstelling van je proefschrift?
Verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten (hierna verpleegkundigen genoemd) spelen een centrale rol in proactieve zorgplanning (PZP). Hun intensieve betrokkenheid bij de zorg voor ouderen en hun naasten plaatst hen in een unieke positie om veranderingen snel op te merken, te reageren op behoeften en ondersteuning te bieden. Levenseindecommunicatie is een belangrijk onderdeel van PZP. Dit omvat proactieve spontane en geplande gesprekken tussen ouderen, naasten en zorgprofessionals over toekomstige zorg, de overgang naar de laatste levensfase en overlijden, met aandacht voor het lichamelijke, psychologische, sociale en spirituele domein.
Verpleegkundigen nemen vaak van nature deel aan deze gesprekken als onderdeel van hun dagelijkse praktijk. Zij ervaren echter knelpunten, zoals onzekerheid en onduidelijkheid over hun rol. Om deze knelpunten aan te pakken, is het belangrijk inzicht te krijgen in de belangrijke onderdelen (‘bouwstenen’) van levenseindecommunicatie. Het LISTEN-project heeft als doel de bouwstenen van levenseindecommunicatie door verpleegkundigen als onderdeel van PZP voor ouderen in het verpleeghuis, het ziekenhuis en de thuiszorg te ontrafelen.
2 Wat zijn de belangrijkste bevindingen?
Een raamwerk werd ontwikkeld op basis van een literatuurstudie, interviews met verpleegkundigen, ouderen en naasten en multidisciplinaire groepsinterviews. Dit raamwerk is vervolgens internationaal gevalideerd. Het raamwerk omvat 19 bouwstenen, geclusterd in vijf thema’s: ‘Comfortabel voelen’, ‘Ruimte creëren voor open communicatie’, ‘Zintuigen en communicatietechnieken gebruiken’, ‘Gespreksfases doorlopen’ en ‘Interprofessionele samenwerking’. Het raamwerk benadrukt dat verpleegkundigen zich op hun gemak moeten voelen om over het levenseinde te praten, zowel privé als professioneel. Het ervaren van wederzijds vertrouwen en leren door te doen kan verpleegkundigen helpen zich comfortabel te voelen en authentieke levenseindegesprekken te voeren.
Daarnaast kunnen verpleegkundigen ruimte creëren voor open communicatie door bijvoorbeeld mee te bewegen en benaderbaar te zijn. Het is belangrijk dat verpleegkundigen tijdens een gesprek hun zintuigen gebruiken, letten op non-verbale communicatie en communicatietechnieken toepassen, zoals bewust stil zijn. Hoewel levenseindegesprekken geen vaste opbouw hebben, kunnen verschillende fasen worden herkend: verpleegkundigen zoeken balans tussen voorbereiding en flexibiliteit, initiëren gesprekken, bouwen gesprekken op en evalueren gesprekken als onderdeel van een continu proces. Interprofessionele samenwerking is belangrijk in het gehele communicatieproces.
Verpleegkundigen moeten zich bewust zijn van hun centrale rol in dit proces, hierop reflecteren en vanuit deze rol samenwerken met andere zorgprofessionals en naasten, zowel binnen hun eigen setting als daarbuiten. In tegenstelling tot verpleegkundigen, blijken ouderen en hun naasten weinig verwachtingen te hebben voor levenseindegesprekken. Zij hebben vooral behoefte aan menselijke gesprekken waarin zij gezien en gehoord worden. Uit multidisciplinaire groepsinterviews kwam het belang van verbinding maken, stiltes creëren en het loslaten van controle naar voren. Uiteindelijk is het raamwerk internationaal getoetst en gevalideerd.
3 Wat betekent dit voor de praktijk?
Levenseindecommunicatie moet altijd worden afgestemd op ouderen en hun naasten, de context van het gesprek én de verpleegkundige. Het raamwerk biedt handvatten voor het leren over, voorbereiden op, voeren van en evalueren van levenseindecommunicatie, waarbij het niet dient als afvinklijst maar ondersteunt bij bewustwording en reflectie. Daarnaast kan het raamwerk bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek en vertaald worden naar het onderwijs en de praktijk.

Fran Peerboom, LISTEN Beyond Words: Unraveling the Fundamentals of Nursing End-of-Life Communication as part of Advance Care Planning for Older People. Universiteit Maastricht (Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg), Maastricht & Zuyderland, Heerlen en Sittard-Geleen, april 2026

