In dit TvZ-dossier staan deze vormen van zorg centraal. Enerzijds omdat cliënten erom vragen, anderzijds omdat er in toenemende mate bewijs is voor de positieve effecten ervan op genezing. Bijvoorbeeld door het verminderen van klachten zoals stress, pijn en vermoeidheid. Of door het bevorderen van de kwaliteit van leven. Ging het vroeger vooral om separate interventies, tegenwoordig wordt het meer en meer gezien als een integraal onderdeel van (verpleegkundige) zorg. Vandaar dat er steeds minder over complementaire interventies wordt gesproken, en meer steeds meer over integratieve zorg.
Voor verpleegkundigen betekent dit dat zij zowel goed moeten luisteren naar de wensen en behoeften van cliënten, als moeten weten welke mogelijkheden er zijn. En wat zij zelf hierin kunnen aanbieden, en waar samenwerking met anderen nodig is. Wat ook duidelijk wordt in dit dossier is dat het lang niet altijd gaat om interventies buiten de verpleegkunde, maar ook om evidence-based interventies die wel degelijk passen binnen het verpleegkundig domein, en die daarom ook zijn opgenomen in de NIC (verpleegkundige interventies).
Nu zijn er – net als in reguliere verpleegkunde en geneeskunde – ook complementaire interventies die vooralsnog niet evidence-based zijn. Het is en blijft aan de zorgprofessional om dit te beoordelen alvorens over te gaan tot het inzetten hiervan. En de kennis daarover is voortdurend in beweging. Er verschijnt continu nieuw onderzoek over wat wel en wat niet werkt, het hoort bij ons vak om dat bij te houden.
Nieuwe wetenschappelijke inzichten hebben echter niet alleen betrekking op (verpleegkundige) interventies, maar ook op hoe wij tegen gezondheid en welzijn aankijken. Daar draagt dit dossier hopelijk ook aan bij door duidelijk te maken dat zorg verder moet gaan dan het bestrijden van fysieke symptomen. Bij herstel spelen angst, onzekerheid en een gevoel van controleverlies vaak een grote rol en een integratieve aanpak kan daarbij ondersteunen.


