Veel mensen met kanker gebruiken complementaire zorg, maar dit wordt in bijna de helft van oncologische consulten niet besproken. De COMMON-studie laat zien waar de communicatie stokt en welke hulpmiddelen zorgverleners kunnen inzetten om patiënten veilig te adviseren over effectiviteit, risico’s en verwijsmogelijkheden. Dit artikel bevat de belangrijkste bevindingen en geeft concrete handvatten voor de dagelijkse verpleegkundige praktijk.1
Gebruik complementaire interventies
Veel patiënten met kanker gebruiken complementaire zorg om klachten van de ziekte of behandeling te verlichten, met als doel verbetering van de kwaliteit van leven. Het vervangt niet de reguliere zorg, maar ondersteunt en vult deze aan. Uit een studie in het Amsterdam UMC blijkt dat 73% van de patiënten een vorm van complementaire zorg gebruikt en dat 41% complementaire zorg ook gebruikt tijdens de actieve kankerbehandeling.2 Onder complementaire zorg vallen behandelingen als acupunctuur, massage, gebruik van kruiden en voedingssupplementen, aangeboden door complementaire zorgverleners. Het kan ook gaan om interventies die binnen de verpleegkundige zorg worden toegepast, zoals handmassage, aromazorg, of muziek.
Enkele ziekenhuizen (bijvoorbeeld Rijnstate en Reinier de Graaf) hebben een specifiek spreekuur of aanbod rond complementaire zorg, maar het onderwerp blijft tijdens veel consulten onderbelicht. Dat is risicovol, bijvoorbeeld door interacties van kruiden en supplementen met oncologische therapieën. De COMMON-studie wilde daarom open communicatie over evidence-based complementaire zorg structureel onderdeel laten maken van routine-oncologische zorg.
Opzet
De COMMON-studie was een participatieve studie (2020–2024). Onderzoekers van het Nivel en het Van Praag Instituut werkten samen met patiënten en ex-patiënten als co-onderzoekers. Drie ziekenhuizen deden mee, samen met stakeholders zoals het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), V&VN Afdeling Complementaire Zorg en de Borstkankervereniging Nederland.
De studie bestond uit meerdere deelprojecten. Audio-opnames van oncologische consulten in zes Nederlandse ziekenhuizen werden geanalyseerd om te bepalen of, wanneer en hoe complementaire zorg aan bod kwam.2 Patiënten met kanker en oncologisch zorgverleners zijn geïnterviewd over hun ervaringen en behoeften bij bespreking van complementaire zorg.3
Systematische reviews over effectiviteit en veiligheid van complementaire zorg zijn samengevat en beoordeeld op kwaliteit.4 Verder vulden complementair behandelaars een vragenlijst in over interprofessionele communicatie met reguliere behandelaren.5 Tot slot zijn communicatietools ontwikkeld en via een online vragenlijst beoordeeld door patiënten met kanker.
Resultaten
In 44% van de 80 oncologische consulten werd complementaire zorg genoemd, vooral door patiënten. Meestal ging het dan om vragen rond voedingssupplementen en leefstijl. Zorgverleners reageerden wel op deze vragen, maar gingen niet in op bredere aspecten zoals veiligheid, effectiviteit of andere complementaire behandelopties. Wanneer patiënten geen specifieke vragen stelden, kwam het onderwerp zelden aan bod.2
De interviews met medisch en verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en patiënten werden door onderzoekers en co-onderzoekers samen afgenomen. De meeste deelnemers zagen tijdsdruk en gebrek aan kennis als belangrijkste belemmeringen om complementaire zorg aan te kaarten tijdens een consult. Bovendien ervaarden de zorgverleners bij veel collega’s en ziekenhuisbesturen scepsis over complementaire zorg. Ook patiënten gaven een negatieve houding aan als belemmering om het onderwerp te bespreken. Zowel patiënten als zorgverleners hadden behoefte aan betrouwbare en toegankelijke informatie over complementaire zorg.³
De literatuurstudie keek naar 100 systematische reviews over de door patiënten ervaren effecten van diverse vormen van complementaire zorg. Hierin werden 12 verschillende complementaire therapieën bij diverse tumorsoorten geëvalueerd. Sommige daarvan blijken inderdaad positieve invloed te hebben op veelvoorkomende klachten bij de behandeling van kanker, met name yoga bij vermoeidheid, muziek bij angst, en acupunctuur bij verschillende soorten pijn en misselijkheid. Voor andere complementaire zorgvormen waren de resultaten wat minder duidelijk. Als er al bijwerkingen gerapporteerd werden, waren deze vaak mild. Veiligheid werd niet zo vaak geadresseerd.⁴
Uit de enquête onder complementaire zorgverleners die mensen met kanker behandelen, kwam vooral naar voren dat zij weinig openheid ervaren bij reguliere zorgverleners, terwijl die openheid wel belangrijk is voor interprofessioneel contact, dat uiteindelijk veilige zorg voor de patiënt ten goede komt.⁵
Tools
Patiënten en zorgverleners gaven aan dat zij behoefte hebben aan betrouwbare en toegankelijke informatie over complementaire zorg. In de COMMON-studie zijn daarom drie gesprekstools ontwikkeld om patiënten en zorgverleners te ondersteunen in communicatie over complementaire zorg: een informatiefilm, een gesprekshulp en een keuzehulp complementaire oncologische zorg voor zorgverleners.
De gesprekshulp voor patiënten helpt om het gesprek met arts of verpleegkundige voor te bereiden en te kijken naar wat complementaire zorg kan bieden naast de reguliere behandeling. Deze gesprekshulp biedt informatie over voorbeelden van complementaire zorg en vragen die het gesprek over de inzet van complementaire zorg kunnen vergemakkelijken. De keuzehulp complementaire zorg is gemaakt voor zorgverleners die op zoek zijn naar passende vormen van complementaire zorg voor de klacht(en) van een patiënt. Wil je bijvoorbeeld weten wat ingezet kan worden bij misselijkheid, dan zoek je op die klacht en krijg je vijf verschillende opties te zien. Per interventie geeft de keuzehulp ook inzicht in de effectiviteit van de betreffende vorm van complementaire zorg. De keuzehulp complementaire zorg biedt zo transparante en evidence-based informatie over complementaire zorg bij kanker, inclusief referenties en internationale richtlijnen.
De keuzehulp is te vinden via www.nivel.nl/nl/keuzehulp-complementaire-oncologische-zorg-voor-zorgverleners. De andere tools zijn te vinden via www.kanker.nl (de informatiefilm via https://www.kanker.nl/complementaire-zorg en de gesprekshulp via: https://www.kanker.nl/sites/default/files/library_files/gesprekshulp_cz_kankernl_2024_print-def.pdf)
Aanbevelingen voor zorgverleners
Verpleegkundigen hebben een sleutelrol in het geven van veilige en passende zorg: Vraag iedere patiënt welke complementaire zorg zij thuis gebruiken, registreer het gebruik, signaleer risico’s/interacties en stem zo nodig interprofessioneel af of verwijs.
– Breng complementaire zorg routinematig in kaart (inclusief supplementen/kruiden) en leg vast.
– Gebruik COMMON-tools om effectiviteit, veiligheid en voorkeuren te bespreken.
– Ken het regionale verwijsnetwerk en stem zo nodig interprofessioneel af.
Noot
Op 23 september 2026 organiseert het Consortium voor Integrale Zorg en Gezondheid (CIZG), een samenwerkingsverband van een aantal ziekenhuizen, het eerste nationale congres over ‘integrative oncology’. Meer informatie: www.cizg.nl. Zoek op: eerste Nederlandse congres integrative oncology.
Referenties
- Mentink MDC, van Vliet LM, Timmer-Bonte JANH, e.a. How is complementary medicine discussed in oncology? Observing real-life communication between clinicians and patients with advanced cancer. Patient Educ Couns. 2022;105(11):3235-3241.
- Rombouts MD, Karg RMY, Raddjoe SSP, e.a. Over 40% of cancer patients use complementary and alternative medications while receiving anticancer treatment. Eur J Hosp Pharm. 2025;32(4):348-353.
- Mentink M, van Vliet L, Busch M, e.a. Communication and information about complementary medicine in a Dutch oncology setting: interviewing patients and providers on their experiences and needs. Complement Ther Clin Pract. 2024;57:101916.
- Mentink M, Verbeek D, Noordman J, e.a. The Effects of Complementary Therapies on Patient-Reported Outcomes: An Overview of Recent Systematic Reviews in Oncology. Cancers. 2023;15(18):4513.
- Mentink M, Jansen J, Noordman J, e.a. Interprofessional contact with conventional healthcare providers in oncology: a survey among complementary medicine practitioners. BMC Complement Med Ther. 2024;24(1):285.

